Gallery 2

Foto's uit de Languedoc - Roussillon







Ten noordwesten van Béziers in de Haut-Languedoc vormen de laatste uitlopers van de Cévennes een natuurlijke bescherming tegen Atlantische invloeden. Dit microklimaat vormt samen met de hoogte (250 - 400 m) en de grondsoort een unieke combinatie, die eigenzinnige wijnen voortbrengt. 

Net zo eigenzinnig als de wijnboeren zelf. 

De grondsoort is "schisteus"een schilferende leisteensoort. De wortels van de wijnstokken moeten zich een weg naar beneden vechten, maar kunnen dan uiteindelijk putten uit een keur aan mineralen en water dat in de poreuze leisteen ligt opgeslagen. Deze mineralen geven de wijnen van dit gebied hun uitzonderlijke smaak.


Deze grondsoort behoort tot de oudste van Frankrijk en stamt uit het eerste primaire tijdvak. Door bezinksel in een toen aanwezige zee en daarna door stuwingen is onder andere de Caroux gevormd en het leisteen, zoals we dan heden ten dage kennen.

Er is een tweede factor van belang. Omdat de grondsoort uit leisteen bestaat wordt de warmte van de zon overdag vastgehouden en 's avonds, 's nachts, weer teruggegeven aan de druivenstok. 


De wijnvelden zijn klein, liggen op min of meer steile hellingen, waardoor mechanische oogst moeilijk is. 

Het klimaat is méditerraans: zachte winters en heet en droog in de zomer. Het is een ideaal klimaat voor wijnboeren. De neerslag is gemiddeld 700 mm/jaar en dan nog veelal in eens.